skip to Main Content
 

Sinds 1 juli 2015 geldt een wettelijke scholingsplicht voor werknemers. Wat houdt deze scholingsplicht in?

Scholingsplicht voor werknemers

Volgens de wettelijke scholingsplicht moet de werkgever kortgezegd de werknemer in staat stellen om:

  1. Scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie.
  2. Scholing te volgen die noodzakelijk is voor het voortduren van de arbeidsovereenkomst als de huidige functie van de werknemer komt te vervallen (reorganisatie).
  3. Scholing te volgen wanneer een werknemer niet langer in staat is de oude functie te blijven uitoefenen (disfunctioneren van werknemer).

Voor werkgevers en werknemers is het de vraag of deze wettelijke scholingsplicht veel aan de praktijk verandert.
Voorafgaand aan de intreding van de wet werd immers al verwacht dat een werkgever een werknemer in staat stelt scholing te volgen.
Bij het vervallen van een functie van de werkgever werd in het kader van de herplaatsingsinspanning ook het een en ander qua scholing verwacht.
Ook een ontslag wegens disfunctioneren was in de regel alleen mogelijk als de werknemer scholing was aangeboden.

Hoe rechters met niet-naleving van de wettelijke scholingsplicht zullen omgaan is nog niet duidelijk; mogelijk wordt van de werkgever meer initiatief verwacht.
Ik raad sterk aan om scholingsinspanningen vast te leggen in het personeelsdossier van werknemer.
Met name als de werknemer niet openstaat voor het aanbod om zich te scholen, is het raadzaam dit aanbod en de reactie hierop schriftelijk vast te leggen, zodat het de werkgever later niet kan worden tegengeworpen dat de werknemer geen scholing heeft gevolgd.

Back To Top